Hoogspanningslijnen

 


- Meting 1: OBS-school De Kleine Reus Amsterdam.

- A-Speelplaats aan de straat van OBS De Kleine Reus.
- Zutphen: Uitspraak RvS sportcomplex hoogspanningsmast.
- Eindrapport 't Mijerink Zutphen.
- Zutphen: 't Meijerink meting 28.

HSL en de Betuwelijn. [ De nieuwe hoogspanningslijnen ]'


Om een trein te laten rijden, is stroom nodig. Immers, een trein wordt aangedreven door elektromotoren. Reguliere treinen in Nederland rijden op 1.500 Volt (1,5 kV) gelijkspanning en hebben een vermogen van 6.000.000 Watt (6 MegaWatt). Om hogesnelheidstreinen hun topsnelheid te kunnen laten rijden, is veel meer vermogen nodig.

Om dat vermogen te leveren, worden hogesnelheidstreinen gevoed door 25.000 Volt (25 kV) wisselspanning (50 Hz). Hogesnelheidstreinen hebben een maximum vermogen van 25.000.000 Watt (25 MegaWatt). Met de HSL-Zuid wordt Nederland aangesloten op het Europese netwerk van hogesnelheidslijnen waarvoor een bovenleidingspanning van 25 kV wisselspanning internationaal is overeengekomen. 

Treinen die gebruik maken van zowel het bestaande Nederlandse net als het Europese net moeten tussen de twee systemen kunnen omschakelen. Dit omschakelen gebeurt in zogenaamde spanningssluizen. Daarnaast wordt met de introductie van het nieuwe spanningssysteem speciale aandacht besteed aan eventuele (elektrische) storingen die door het nieuwe systeem zouden kunnen worden veroorzaakt.

Op twee plaatsen langs het HSL-Zuid tracé, Zevenbergschen Hoek en Bleiswijk/Zoetermeer, zijn speciale onderstations gebouwd om de HSL-Zuid van energie te voorzien. De spanning van het landelijke energienet van 150.000 Volt (150 kV) wordt getransformeerd tot de voor de HSL-Zuid benodigde 25 kV. Deze onderstations zijn als het ware de ‘stopcontacten’ van de HSL-Zuid.

Om bij 25 kV een zo gunstig mogelijk energietransport naar de treinen te garanderen, is voor het zogenoemde Auto Transformator Systeem (AT-systeem) gekozen. Daarom staan tussen Amsterdam en Rotterdam drie en tussen Rotterdam en de Belgische grens vier zogenoemde Auto Transformator Stations (AT-stations). In deze stations wordt de eventueel gedaalde spanning op de bovenleiding weer op 25 kV gebracht. De AT-stations worden vanuit de onderstations gevoed door de ‘negative feeder’ die aan de bovenleidingmasten hangt. Zo is spanning over het hele tracé vrijwel constant.

Zowel de binnenlandse shuttletreinen als de hogesnelheidstreinen richting België/Parijs rijden in Nederland afwisselend op bestaand en nieuw HSL-spoor. Dat betekent dat zij soms met 1.500 Volt gelijkspanning en soms met 25.000 Volt wisselspanning gevoed worden. Op de plekken waar de hogesnelheidslijn aansluit op bestaand spoor moeten de treinen van voeding omschakelen. Dit gebeurt in zogenoemde spanningssluizen.

Een spanningssluis is spanningsloos en minimaal 400 meter lang. Voor de spanningssluis moet een trein zijn 1,5 kV-pantograaf (stroomafnemer, de beugelverbinding tussen trein en spanningskabel) laten zakken en ná de sluis kan de trein de 25 kV-pantograaf uitzetten (of vice versa). Overigens: daar een trein binnen de sluis niet gevoed wordt, moet de trein de sluis met zekere snelheid inrijden om te voorkomen dat hij er stil komt te staan.

 De spanningssluizen zijn alleen te herkennen aan de grote hoeveelheid bovenleidingen. Ze bevinden zich nabij de stations Hoofddorp, Rotterdam-Noord, Barendrecht, Breda Zevenbergschen Hoek en Breda-West. Het zijn de plaatsen waar de HSL-Zuid aansluit op bestaand spoor. Uit voorgaande blijkt, dat op de stukken waar er 25KV. op de bovenlijnen staat en er 25 MegaWatt aan stroom door kan gaan; er flinke magneetvelden ontstaan.

 

Ik vraag mij af, wat er in de trein; maar ook op de aanliggende particuliere
grondstukken c.q. erfgrenzen van woningen, gemeten wordt.
T.z.t. zal ik proefmetingen doen en op deze zaak terugkomen.



Top ^



Persbericht: 2 december 2005

College van B&W en DB stadsdeel Amsterdam-Centrum willen duidelijkheid van VROM
Stad en stadsdeel Amsterdam-Centrum nemen actie in verband met stroomverdeelstation Nieuwe Looiersstraat

Het college van B&W en het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum hebben besloten tot een aantal acties naar aanleiding van de magneetveldsterkte rond het verdeelstation bij de basisschool De Kleine Reus in de Nieuwe Looiersstraat.

Na overleg met Continuon Netbeheer en na adviezen te hebben ingewonnen bij GGD Amsterdam, TNO en het ministerie van VROM, heeft het stadsdeel gekozen voor een oplossing waarbij het magneetveld nagenoeg kan worden weggenomen. Over de uitvoering van de technische aanpassingen zal nog nader overleg plaatsvinden met Continuon Netbeheer. De gemeente geeft TNO opdracht de magneetveldsterkte rond de overige verdeelstations in Amsterdam te meten. Ook stuurt het college een brief naar de minister van VROM waarin dringend wordt gevraagd om duidelijkheid over de advieswaarden voor magnetische veldsterkten in bestaande situaties, zoals die bij De Kleine Reus. In overleg met de stadsdelen, de eigenaar van de verdeelstations Continuon Netbeheer en de GGD, wil de gemeente op korte termijn een stadsbreed plan maken. Daarin wordt aangegeven hoe om te gaan met soortgelijke situaties elders in de stad. Een eerste inventarisatie van verdeelstations en de aanwezigheid van basisscholen en/of andere kindervoorzieningen wordt al gemaakt door de Dienst Ruimtelijke Ordening.

De wethouders Zorg en Milieu, Hannah Belliot en Hester Maij, rapporteren begin volgend jaar aan het college over de resultaten.

Begin oktober ontstond er onrust onder ouders en omwonenden van de basisschool De Kleine Reus over de magneetveldsterkte rond het verdeelstation dat naast de school staat. Op initiatief van een ouder waren metingen gedaan. Onafhankelijk onderzoek door TNO, in opdracht van het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel, kwam vervolgens op ongeveer gelijke waarden. De gemeten waarden lagen binnen de richtlijn van het ministerie van VROM voor bestaande situaties, zoals bij de school. Tegelijkertijd werd geconstateerd dat een aantal gemeten waarden duidelijk boven de advieswaarde ligt die het ministerie aangeeft voor nieuwbouwsituaties onder hoogspanningsleidingen. Voor de korte termijn zijn maatregelen genomen in de openbare ruimte en in de school.

Pb-227

Voor meer informatie:
Jaap Nieuwenhuis, Bestuursvoorlichting, 020 552 2056
Thio Sian-Lie, afdeling Communicatie stadsdeel Amsterdam-Centrum, 020 552 4533


Top ^



Adobe Reader downloaden